volg ons via

Twitter

Meer blog

Tijd om uit te zoeken of …

Vandaag vier ik een klein feestje. 1 week sabbatical. ‘Tijd om bij te tanken uit te zoeken of ik nog van je hou’, zoals het Goede Doel ooit zong.  Hou ik nog genoeg van het onderwijs, van de studenten, van de hogeschool? Moeilijke vraag. Worstel ik al een tijdje mee. Met de poten in de modder, zo fijn is dat helemaal niet, merkte de hooggeleerde Paul Frissen eens op. Ik begreep onmiddellijk wat hij bedoelde. De modder maakt je mooie schoenen vies en je glijdt uit in je dandy dan wel arti farti schoeisel. Stijl boven alles nietwaar?  Modder zuigt je vast, er is geen doorkomen aan, voortmodderen zonder een centimeter vooruit te komen, dat soort werk. In mijn dromen kwam het verontrustend vaak voor, het gevoel dat ik vast zat, geen centimeter vooruit kwam en als wel, dan nog niet.

Nu heeft Frissen het relatief makkelijk, hij heeft geen enkele ambitie om anderen te emanciperen, om een meer egalitaire samenleving te bewerkstelligen. Integendeel zelfs. Gelijkheid staat voor hem gelijk aan gelijkschakeling, aan eenheidsworst, aan dwang en drang. Voor mij ligt dat toch wat ingewikkelder. Als meisje dat opgroeide in een omgeving waar toekomstdromen niet verder reikten dan kapster, juffrouw of zuster. Als dochter van een moeder die zich volgens mijn oma gedroeg als het jongetje in een gezin met 6 meiden, te ondeugend om braaf te leren, te braaf om haar stille en zonder twijfel eenzame verzet na haar puberteit door te zetten. Ze werd huisvrouw, ik haatte dat. Sorry mam, maar dat was niet wat ik wilde. En jij ook niet helemaal. Als dochter van een bedachtzame, verlegen vader in een stoer arbeidersgezin, een vader die van de broeders en zijn ouders naar de HBS had gekund maar dat niet wilde omdat ‘zijn soort mensen daar niet thuishoorden’, volgens hemzelf. Als kleindochter van een slimme, creatieve – en hoogst verstrooide – opa uit een groot boerengezin, geen geld, wel het benodigde sociale en culturele kapitaal. Niet (h)erkend talent, klein gehouden worden, niet voor vol worden aangezien. Ik identificeer me ermee en hier zit ook mijn grote drijfveer. Talenten vinden, juist daar waar je ze niet verwacht en tot bloei brengen. Vrijdenken stimuleren, creatieve geesten tot wasdom brengen, engagement koesteren en aanwakkeren, dat soort werk. En dan niet in elitaire kringen, daar zorgen ze er zelf wel voor en als niet dan ben ik niet degene die dat kan doen. Daarvoor moet je dus met je poten de modder in, geen ontkomen aan.

‘Wij feministen zijn eigenlijk heel grote romantici’, aldus schrijfster Anja Meulenbelt ‘als de kikker niet vanzelf in een prins verandert, smijten we hem net zo lang tegen de muur totdat hij prins wordt’. Is dat niet wat ik ook ambieer? Maar dan met studenten? Zij moeten en zullen het beste uit zichzelf halen, boven zichzelf uitstijgen, groeien, tot nut van zichzelf en het algemene belang. Dat is best ambitieus eigenlijk. Vragen ze daar wel om? Kunnen we dat als instituut school wel aan? (nee dus, of onvoldoende in ieder geval) Moeten we het daarom niet willen of moeten we het systeem veranderen? (‘jaaaaa veranderen’ schreeuwt alles in mij).

(wordt vervolgd, deel 2 verschijnt morgen op deze site)

Plaats een reactie

captcha

Please enter the CAPTCHA text