volg ons via

Twitter

Meer blog

Tijd om uit te zoeken … (2)

Met mijn poten in de modder dus. Hogeschool in ‘achterstandswijk’ in de grote stad. Hogeschool met regiofunctie. Een superdiverse studentenpopulatie. Zonen van de bakker, de directeur en de burgemeester, dochters net zo goed. Veel eerstegeneratiestudenten, met ouders dus die zelf geen hoger onderwijs hebben genoten. Gereformeerden, moslims, hindoestanen en atheïsten. Recht in de leer vaak. Migrantenkinderen uit vele windstreken en ‘kaaskoppen’. Een veelkleurig palet aan wereldbeelden en leefstijlen die niet automatisch met elkaar samengaan. In de klas komen ze wel samen. Studenten worden geacht samen te werken, elkaar te vertrouwen, open met elkaar het gesprek aan te gaan. Op het scherpst van de schede mag, maar altijd met respect. Knap lastig.

De wereld komt de hogeschool binnen, met al zijn mooie en minder mooie kanten. Conflicten, maatschappelijke debatten op het scherpst van de snede, onverbloemde haat soms gebaseerd op gebeurtenissen in het verleden en stereotype beelden, het is er allemaal. De zoon van de middenstander die bijna met trots meedeelt dat zijn vader nooit meer een Marokkaan aan zal nemen, na één slechte ervaring. De moslima – en nee, ze droeg geen hoofddoekje – die helemaal uit haar plaat gaat als ik in de klas verhaal over de lesbische moslima Irshad Manji en haar betoog dat er Islamitische korangeleerden zijn die laten zien dat homoseksualiteit en islam wel degelijk met elkaar te verenigen zijn. Een groepje studenten dat een klacht over mij indient omdat ik de dag nadat Wilders het over ‘kopvoddentax’ had gehad in het college mijn emoties hierover niet geheel in bedwang had en ze mijn betoog hiertegen daarmee makkelijk konden wegzetten als ‘subjectieve mening die niet in de collegezaal thuishoort’. Turkse studenten die doof en blind wensen te zijn voor de Armeense genocide, Hindoestaanse meisjes die maar niet uit hun schulp van volgzaamheid kunnen komen, gereformeerde studenten die openlijk of iets minder openlijk de voormalige apartheid in Zuid-Afrika goedkeuren of er in ieder geval wel heel veel begrip voor hebben, studenten die elkaar onderling de maat nemen over wie het meest recht in de leer is en die jou proberen te overtuigen van hun waarheid. Het is heel hard werken om van multicultureel een succes te maken, heel hard werken, maar voor minder mogen we het niet doen. Toch is dat precies wat we wel doen. Wat ik doe. We doen het constant voor minder omdat het bijna niet anders kan.

Er moet kennis worden bijgebracht, vaardigheden aangeleerd, de juiste houding gekweekt. En dat allemaal in een beperkt aantal uren per taak. Leerdoelen gesteld, valide toetsen gemaakt, weer een competentie afgevinkt. De student gedisciplineerd, de klant tevreden gesteld. Wereldburgerschap. Wat is dat eigenlijk? Goede vraag. Eentje waar we veel te weinig aan toe komen als je het mij vraagt. Efficiency. Voldoen aan de Europese doelstelling van een bepaald percentage aan hoger opgeleiden ‘produceren’. Kwantiteit en een redelijke kwaliteit. Elke student volgt hetzelfde leerpad, in hetzelfde tempo. Tenminste, daar is het systeem op ingericht. De machine hapert echter, de uitval is groot en studievertraging eerder regel dan uitzondering. Toch heeft ook de student er veel belang bij de studie in 4 jaar af te sluiten. Rara wat gaat er mis? Tijd om daarbij stil te staan, echt te kijken, te luisteren, te zoeken, te vragen. Het is er nauwelijks en per saldo dus niet.  Wij kunnen proberen rust en regelmaat te brengen in een vaak stressvol bestaan door een strak gestroomlijnd regime, het lijkt zo logisch. Uiteindelijk echter leidt het tot meer stress. Omdat het wringt, niet past, daarmee heel veel energie verloren gaat en omdat het waardevolle, het betekenisvolle verloren dreigt te gaan in een technocratisch systeem, de bedoeling voorbij gesneld, beweging gestold totdat we vast zitten en heel hard werken om toch een beetje vooruit te komen. Zompige modder. Dat levert stress op. Voor studenten en docenten. Only the strong survive?

Begrijp me niet verkeerd, docent zijn is een mooi vak, zinvol en dankbaar. Het is zo mooi om studenten aan het einde van jaar 4 te zien, zeker degenen die je in de eindfase begeleid hebt, als het lukt om het avontuur met elkaar aan te gaan, het avontuur van vallen en opstaan van hard werken op de leerarbeidsplaats en dan ook nog zelfstandig een onderzoek opzetten en uitvoeren. Als je de student net dat zetje kunt geven het beste uit zichzelf te halen. Ik heb een schatkist vol met mooie verhalen, bijvoorbeeld van die student die er heel hard aan moest trekken om net op tijd zijn scriptie in te leveren voor de tweede ronde in augustus. Wij zaten midden in een verbouwing, de voordeur stond open, ik checkte mijn mail met daarin de volgende mededeling: ‘mijn scriptie ligt op het zadel van uw fiets in de gang, ik was op mijn skeelers, zag niemand maar de deur stond open en heb hem daar maar neergelegd’. Warempel daar lag het exemplaar tussen het zaagsel en stof, over kansen- in plaats van risicomanagement bij Rijkswaterstaat als ik het me goed herinner.

Ja. Kansen in plaats van sturen op risico’s. Zullen we dat doen? Ook in het onderwijs? Studenten krijgen een intaketest, daar komen gegevens uit die gebruikt worden om het risico op vertraging en of uitval in te schatten en daarop te sturen. Studenten die al eerder andere studies begonnen zijn en niet hebben afgerond, studenten met persoonlijke problemen of problemen thuis, studenten die wat ouder zijn en ‘stapelaar’ van diploma’s. Het zijn allemaal risicogevallen. Zo worden ze gezien. Er wordt ingestoken op deficiënties, op de zwakke plekken in plaats van op de talenten, op de kansen. Natuurlijk, dat is niet het hele verhaal, mentoren en andere docenten geven er ook vanuit hun vakkundigheid een andere draai aan, maar toch, de toon is gezet en iemand die als risicogeval gezien wordt, krijgt die ooit de kans tot een excellente student uit te groeien? Ik word in ieder geval niet blij van deze volstrekt misplaatste toepassing van risicomanagement, op zijn zachtst gezegd, en ik hou daar mijn mond niet over. Strijdbaar. Op de bres voor rechtvaardigheid. Allemaal mooi en aardig, maar die strijd kan ook eenzaam worden. Moe en moedeloos in plaats van moedig en vol goede moed. Moed om het goede te doen, ook tegen de verdrukking in als het moet. ‘Ik gedij op tegenstand als ware het Pokon’, zei schrijfster Renate Dorrestein eens. Hoe zit dat eigenlijk voor mij?

(wordt vervolgd)

Eén reactie op “Tijd om uit te zoeken … (2)”

  1. Fijn te lezen dat er mensen zijn zoals als jij, die durven reflecteren op diverse fronten in het zijn als individu en onderdeel van de maatschappij . Het durven uitspreken van je gedachten, gevoelens, ideeën en meningen, het maakt de mens een wezen.
    Ik blijf je teksten lezen hoor! Het inspireert mij☺.

    Groetjes Sandra

Plaats een reactie

captcha

Please enter the CAPTCHA text