volg ons via

Twitter

Meer blog

Dromen, delen, doendenken

We schreven en zeiden het al bij de start van Opdevulkaan ruim een jaar geleden: het borrelt en het bruist, de onderstroom komt boven. Het is een tijd van onvrede en onbehagen én een tijd van allerhande initiatieven om het anders te doen. Van doemdenken naar doendenken, zo schreef ik in een presentatie voor een seminar van theatergroep Wunderbaum. Er wordt geëxperimenteerd met lokale munteenheden en andere vormen van waarderuil zoals Timebanks, er wordt geëxperimenteerd met vormen van peer 2 peer (p2p) en collaborative economy waarbij het delen, uitwisselen en gebruikswaarde centraal staan in plaats van exclusief bezit. Stadslandbouw, hergebruik van oude gebouwen, een wereldwijde beweging van transition towns, een nieuwe ambachtelijkheid in de makers movements, het open delen van kennis als ideaal én onderdeel van een nieuw verdienmodel zijn enkele voorbeelden. Tegenlicht berichtte er al meerdere malen over en ook in de Groene Amsterdammer vinden we mooie beschouwingen over de trend van glokale initiatieven, vaak voortgestuwd door en verbonden via internettechnologie en sociale media.

Glocaal en glocalisering, wat is dat, zult u zich misschien afvragen? Het gaat om een samentrekking van global ofwel mondiaal en lokaal. Lokale initiatieven vinden elkaar razendsnel via sociale media en verbinden zich met elkaar en vormen (internet)platforms, soms onder een gezamenlijke vlag, via de virtuele platforms vormen zich weer nieuwe offline initiatieven die lokaal gestalte krijgen en zich aansluiten bij het internationale netwerk. Alle projecten en initiatieven hebben een eigen couleur locale en tegelijk zijn er mondiaal gezamenlijke kenmerken.

Een voorbeeld van zo’n glocaal netwerk is Ouishare, gestart met een facebookpagina van enkele Franse whizkids die geïnteresseerd waren in open source technologie. In een mum van tijd is er een internationale beweging ontstaan van mensen, projecten & kleine ondernemingen die zich verenigen onder het label van collaborative economy. Grote steden en internet zijn cruciaal voor de verdere verspreiding. Steden zijn gemaakt om voorzieningen te delen, alleen waren we dat een tijd vergeten toen onder invloed van welvaarsstijging een een suburbanisering van de steden plaatsvond. Door schaarse ruimte, een economische en ecologische crisis en een terugkeer naar een verlangen naar kleinschaligheid, ambachtelijkheid, en een verlangen naar verbindingen zoeken in de buurt, een verlangen naar samen doen dichtbij huis komt deze functie van de stad weer terug. High tech Middeleeuws zoals de directeur van FabLab Barcelona Thomas Diez het uitdrukt. De sleutelspelers van de beweging, te vangen onder de noemer creatieve klasse, wonen ook in de stad. Vanuit het Ouishare platform op internet wordt aansluiting gezocht en gevonden bij verwante initiatieven en platforms. Via zogenoemde city connectors worden nieuwe lokale ‘afdelingen’ gestart.

Een Nederlands voorbeeld in de ‘traditie’ van Ouishare is bijvoorbeeld thuisafgehaald.nl Opgezet door een stel die in een nieuwe buurt waren komen wonen, mensen wilden leren kennen en weinig tijd hadden. Tegen betrekkelijk geringe kosten vinden thuiskoks en smullers in de buurt elkaar via een internetplatform. Tegen schappelijke prijzen kan men maaltijden bestellen en afhalen, bij mensen die anderen van hun hobby laten meegenieten. Internet zorgde voor een razendsnelle opbouw van een nationaal netwerk van koks en smullers, het eten haal je bij jou in de buurt.

Communities van gelijkgestemden ontstaan en versterken zichzelf en elkaar op lokale en wereldwijde schaal. Vertrouwen inboezemen en vertrouwen kunnen geven wordt steeds belangrijker. Je leent geen gereedschap uit als je niet het vertrouwen hebt dat het heel terugkomt, je verhuurt je appartement niet tegen een laag prijsje als je geen vertrouwen in je gasten hebt, hetzelfde geldt voor je auto en je camperbusje. Erop kunnen vertrouwen dat iedereen in het netwerk er energie insteekt op basis van wederkerigheid, op basis van waardecreatie, is essentieel. Reputatie en opgebouwd vertrouwen zijn belangrijk kapitaal.

Alle initiatieven hebben met elkaar gemeen dat ze buiten de gevestigde instituties ontstaan en proberen te overleven. Vaak door een combinatie van micro-ondernemingen op het grensvlak van de formele en informele economie, civic economy wordt het ook wel genoemd.

Het borrelt en het bruist van de experimenten, van de doendenkers en de droomdenkers. Kunstenaars en met name theatermakers dromen, denken en doen lustig mee, of beter gezegd ze lopen, dansen en spelen glansrollen vooraan de troepen. Theatergroep Wunderbaum experimenteert met The new forest vier jaar lang met een nieuwe democratie, wat al heeft geresulteerd in 2 prachtige voorstellingen en 2 sprankelende seminars. Op Oerol onder meer voorstellingen over een failliete economie en een terugkeer naar de ruileconomie als alternatief (Ruilen van de Peergroup), een voorstelling over het geldsysteem en de mogelijke alternatieven ervoor (Money money van Dette Glashouwer) , en een voorstelling over idealen en utopieën (Danton’s dood). Voorstellingen waarin het publiek aan het denken wordt gezet, mee doet en waar de discussie ook buiten het podium doorgaat.

Kunstenaars in het algemeen kunnen een belangrijke rol spelen in bewegingen richting een meer duurzame en veerkrachtig systeem. Het gros van hen is namelijk gewend om creatief met spaarzame middelen om te gaan, om te vernieuwen met heel weinig, om te creëren in plaats van te consumeren, om met een appel en een ei van het goede leven te genieten. Kunstenaars zijn doendenkers en droomdenkers bij uitstek. Voor wie het zien wil, voor wie het geduld kan opbrengen om goed te kijken, te luisteren, te voelen, te verlangen, te volgen en voorop te gaan valt er veel te doen, te ontdekken en te leren. Het borrelt en het bruist, we leven in interessante tijden.

Plaats een reactie

captcha

Please enter the CAPTCHA text