volg ons via

Twitter

Meer blog

Big Burgerschap

‘Burgerfeest of burgeroorlog?’ 12 november 2012. In debatcentrum De Balie legt Philip Blond nog een keer uit waar zijn pleidooi voor een Big Society vandaan komt. Uit de mond van de meester zelf klinkt het sympathieker en inspirerender dan uit de ‘tweedehandse’ weergaven in kranten en opiniebladen waar ik het tot nu toe mee deed. Waar de (Nederlandse) discussie focust op meer verantwoordelijkheid voor burgers, gekoppeld aan bezuinigingen, en vervolgens de vraag gesteld wordt of alle burgers daar wel het noodzakelijke economisch, sociaal en cultureel kapitaal voor hebben, legt Blond zelf een heel andere nadruk. Veel radicaler dan zijn adepten lijken te willen erkennen. Blond heeft het over een failliete politiek in een democratie die is afgegleden naar een oligarchisch stelsel, waarbij de belangen van de grote bedrijven voorop staan en vooral de rijken de vruchten van de verzorgingsstaat plukken.

Blond pleit voor een moreel reveil ‘we moeten weer ergens in geloven, in iets anders dan macht en onszelf’ én voor democratische vernieuwing. Hij pleit voor een sociaal-economische revolutie, voor een horizontaal economisch systeem en associatief burgerschap. Hallo heren en dames politici, bent u daar nog?

Hier te lande horen we met enige regelmaat lofzangen op de kleinschaligheid van de buurt, op burgerinitiatieven en burgerkracht. Er gebeurt ook heel veel moois. De reactie van de overheid echter is minder fraai. Veel minder. Aan tal van die initiatieven ligt boosheid en verzet ten grondslag, deze maatschappijkritische kant wordt echter zorgvuldig weggepoetst zodra een initiatief op het voetstuk van de ‘pareltjes’ wordt geheven. Het pareltje transformeert vervolgens van goed voorbeeld naar norm waaraan alle burgers moeten voldoen. Tot een niveau waarop vrijwilligerswerk een burgerplicht wordt, het liefst bij wet- en regelgeving afgedwongen.

De kleinschaligheid van buurt en wijk wordt bejubeld, over de versterking van democratie echter geen woord. De wijk is toch in de eerste plaats de plek waar burgers zich belangeloos inzetten voor allerlei sociale activiteiten én de plek die bij uitstek geschikt is om integraal beleid te voeren, juist vanwege de overzichtelijke schaal. Effectiviteit en efficiency staan voorop, wel integraal, dat wel. Democratie? Politiek? Wat is dat? Oh ja, we moeten naar de burgers luisteren.

Sommige burgers zijn boos. En die boosheid wordt heel selectief tegemoet getreden. De roep om meer veiligheid wordt gehoord, alles wordt in het werk gesteld om de veiligheidsbeleving te vergroten. Harde maatregelen voor hen die niet willen deugen, de burger moet tevreden gesteld worden en orde zal er heersen. Of de aangepakte personen nou daadwerkelijk zoveel verkeerd doen, doet er dan niet zoveel meer toe. En daarbij vergeten we voor het gemak dan maar even dat symbolisch beleid slachtoffers maakt en daarom niet zo onschuldig is als het woord suggereert. Zo kon het gebeuren dat rondhangende jongeren de gezamenlijke vijand worden en al het onbehagen, het ongenoegen, de boosheid op hen geprojecteerd wordt.

Er is ook boosheid waar de gezaghebbers niets mee kunnen. Vooral boosheid die de gezaghebbers zelf adresseert. Politici die het wagen die grieven serieus te nemen, worden onmiddellijk gediskwalificeerd met het stempel ‘populistisch’. Alsof die veiligheidsroep niet populistisch is en alsof elk populisme bij voorbaat zeer verkeerd is. Moreel afkeurenswaardig. Minderwaardig ook.

Burgerschap krijgt wel een moreel jasje aangemeten. Maar dan niet de publieke moraal van geloven in ‘iets meer dan jezelf en in macht’, maar de moraal van het burgerlijke gedrag, van het fatsoen, van het binnen de lijntjes kleuren en niet afwijken van de norm. Wie dat wel doet, moet heropgevoed worden, eerst met zachte hand en als dat niet werkt, dan met de harde hand van de wet. Wie niet horen wil, moet maar voelen. Dat is geen klimaat waarin kracht van onderop, bijdragen aan de maatschappij van binnen uit, goed doen omdat men gelooft het in publieke goede, en omdat het een goed gevoel geeft, kan floreren. Dat is geen klimaat waarin een gezonde democratie bloeit. Zorgelijk. Eens te meer omdat het vertrouwen in democratie steeds verder afbladdert. We hebben een staat nodig die het goede voorbeeld geeft en krachtig vernieuwende impulsen stimuleert. Een staat die het debat aan wil gaan, die politiek in de goede zin van het woord durft te bedrijven.

Plaats een reactie

captcha

Please enter the CAPTCHA text