volg ons via

Twitter

Meer blog

Hand hoofd hart

Op de ouderavond MBO-4 Meubelmaker en Interieurbouwer schepen krijgen we voorlichting over inhoud en opbouw van de opleiding. De eerste twee jaar van de opleiding zijn gericht op basistheorie en praktijk meubel maken. Creatief, technisch en ambachtelijk: het credo van de school in praktijk gebracht. Goed om te horen. Tot onze verbazing schetst de mentor vervolgens de laatste twee jaar van de opleiding als gericht op management en bedrijfsvoering. Want ‘niveau 4 is kader, dat zijn de eisen vanuit de overheid’. De studenten gaan een mini-onderneming runnen met een eigen gemaakt product als verkoopwaar. Zo geven ze toch nog invulling aan het ‘creatieve, technische en ambachtelijke’. Op andere mbo’s is het niet anders. Hooggekwalificeerd werk is hoofdwerk, handwerk houdt op bij niveau 2, hooguit 3.

Als we deze redenering zouden toepassen op chirurgie, zou de chirurg de gecompliceerde openhartoperatie op papier plannen, het proces managen en de operatie overlaten aan een uitvoerder op mbo-niveau. Hooguit zou hij het proces vanuit de zijlijn managen. Absurd. Gelukkig twijfelt niemand eraan dat een chirurg zowel in het denkwerk als de uitvoering hooggekwalificeerd werk doet, waarbij hoofd en handen samenwerken en handelingen uitvoeren die van expertise en wellicht zelfs virtuositeit getuigen.

Waarom kan dat dan niet als we het over onze mbo’ers en hbo’ers hebben. Waarom wordt ambachtelijkheid zo laag gewaardeerd? Waarom telt vakmanschap niet? Deels heeft dit te maken met de historische waardering van denkwerk boven handenarbeid, waarbij het uitgangspunt is dat denkwerk getuigt van meer intellect, een hoger intelligentieniveau, meer opleiding vraagt en een grote verantwoordelijkheid impliceert. Het voorbeeld van de chirurg laat al zien dat deze vlieger lang niet altijd opgaat, maar het uitgangspunt blijft niettemin als principe recht overeind. Omgekeerd is handenarbeid routine, laaggekwalificeerd, louter uitvoering van wat de denkers uitgedokterd hebben. Het is een van de principes waarop de maatschappelijke stratificatie is gebaseerd.

Maar er is meer aan de hand. Geen opleiding zonder toetsing of de studenten aan de gevraagde kwalificaties voldoen. Dit toetsen moet vooral zo objectief mogelijk gebeuren, waarbij voor iedereen dezelfde leerdoelen en dezelfde criteria gelden. Uniformiteit in eisen, maar ook in te toetsen producten is het uitgangspunt. Met eenvormigheid als resultaat. Standaardisering als een van de uitwassen van het moderniseringsproces.

Toetsing van ambachtelijke vaardigheden volgens standaardcriteria lukt nog wel op de lagere niveaus van handwerk en dat is dan ook precies wat er gebeurt in het competentiegerichte MBO. Praktijkexamens niveau 1 en 2 worden op de werkplek afgenomen, volgens relatief makkelijk vast te stellen criteria. De hogere niveaus zijn er vervolgens om te sturen, het proces te managen en te controleren wat de ‘leeghoofden’, als waren het robots, routinematig en goedkoop produceren.

Ambachtelijke expertise gaat voorbij aan deze gevraagde eenvormigheid, sterker nog, is ermee in tegenspraak. Creativiteit en ambachtelijkheid zijn te toetsen, maar niet volgens standaardschema’s. De sleutel ligt hier bij de meester in het vak die beoordeelt of de student met zijn werkstuk voor de proef slaagt of niet en niet bij de toets met objectiveerbare criteria als meetinstrument. Ook hier is dus de docent als expert in het vak, als ambachtelijk hooggekwalificeerd, essentieel. De docent die zijn werk met hart en ziel kan doen, het lesgeven en het vak waarvoor hij opleidt in de vingers heeft en zijn handelen aan de situatie kan aanpassen, de docent die als het ware de kennis en kunde tot in de diepste vezels van het zijn belichaamt.

Het veel gebruikte model van Dreyfus en Dreyfus onderscheidt 5 niveaus van vakmatige expertise. Van absolute beginner, naar gevorderde, naar competent, tot vakbekwaam en tot slot expert. De competente medewerker, niveau 3, werkt methodisch en precies volgens het boekje, volgens vastgestelde procedures, uniform. Het is dit niveau waar beroepsopleidingen op toetsen. Maar om vakbekwaam te zijn, boven het routinematige uit te stijgen, is meer nodig. Vaklieden kunnen spelen met materiaal en procedures, durven uniek te zijn, bewandelen andere dan de gebaande paden om tot innovatie te komen. Deels zal de rijping tot expert in de beroepspraktijk plaatsvinden, maar in beroepsopleidingen met een belangrijke praktijkcomponent worden op zijn minst de kiemen gekweekt.

Nemen we genoegen met beroepsopleidingen die zich richten op het scholen van competente medewerkers? Op een algemene standaard? Op zorgvuldig in onderdelen op te knippen, en te toetsen, vaardigheden?

Volgens socioloog Richard Sennett schuilt het geheim van het ambacht in motivatie en niet zozeer in talent. Wie scheppend en concreet bezig is, heeft eer aan zijn werk, zo betoogt hij in De Ambachtsman. Wie het eindresultaat ziet en begrijpt, kan trots zijn en kan met hart en ziel bezig zijn. Dat verhoogt de kwaliteit, veel meer dan standaardprocedures en controlemechanismen dat ooit kunnen doen. Ambachtelijk geschoolden overzien het geheel, procesmatig én inhoudelijk beheersen ze een vak. Vakmatige kennis en kunde waar een enorm gebrek aan is met alle gevolgen van dien. Huizen en bruggen moeten solide gebouwd zijn, kwaliteit van onderwijs, zorg en andere vormen van maatschappelijke dienstverlening staat of valt bij ambachtelijkheid en wie is er in staat om te controleren of de privacygevoelige overheidssite of de stemmachine veilig is? Ook hier is ambachtelijkheid een vereiste, met louter procesmanagers kom je niet ver.

We kampen met een tekort aan hooggekwalificeerde technici en ambachtslieden. Aan de andere kant vinden we verspild talent van jongeren wiens kwaliteiten en valkuilen niet in de mallen van het hedendaagse onderwijs passen en die op verkeerde gronden uit het systeem vallen. Niet alleen zien onderwijsmanagers creativiteit als een risico voor uitval, met het financieringssysteem als prikkel om aan risicomanagement doen. Ook selecteert het competentiegerichte mbo-onderwijs in de eerste plaats op zelfstandig kunnen werken, op overzicht kunnen houden over de studievorderingen, en verantwoordelijkheid nemen over het eigen leerproces, waarbij de docenten de eersten zijn om toe te geven dat dit nog knap ingewikkeld is. Ook is het de vraag of vakmensen per se over commercieel talent en managementvaardigheden moeten beschikken. Het is handig, zeker, maar het is de vraag of vakmensen in opleiding in de eerste plaats hierop beoordeeld moeten worden. Zonde. Verspilling met grote gevolgen voor de toekomst van de jongeren, en voor de toekomst van dit land. Bovendien winnen we de concurrentiestrijd met Azië niet op grond van hard werken en discipline, die kunnen we alleen winnen door ruim baan te maken voor innovatie, met alle lef en creativiteit die daarvoor noodzakelijk is. Ambachtelijke vakkennis vormt hiervoor een stevige basis. Hierop voortbouwend zullen de getalenteerden boven het niveau van expert kunnen uitstijgen tot virtuoos. Innovatie door te excelleren in het ambachtelijke, in het virtuoos verweven van hoofd- en handenarbeid.

Eén reactie op “Hand hoofd hart”

  1. Top Juliette! Geweldige analyse.

Plaats een reactie

captcha

Please enter the CAPTCHA text