volg ons via

Twitter

Meer blog

Leven als concept

Ik krijg een uitnodiging voor een netwerkborrel via een Linked-in-groep op een locatie die “goed bereikbaar is vanaf de snelweg”. Ik heb geen auto. De netwerkborrelplekken, de ruimtes, die geheel zijn verpest door architecten met een oog voor postmodern gemak en efficiency 3.0. Ik wil een verroest oud pand en ik wil geen gemak, ik wil geen mensen zien in strakke kleding die op ieder door hen gewenst moment hun elevatorpitch in mijn gezicht kwetteren en hun kaartje door mijn strot duwen. En ik wil gewoon een lantaarnpaal voor de deur waar ik mijn fiets aan kan zetten. De wereld begint te lijken op een toonkamer, waarin alles met iedereen matcht en alle meningen met elkaar completeren. Ideaal plaatje, maar wie zijn wij nog in dit concept?

Laatst was ik gestrand op station Dordrecht, ik moest een uur wachten en ik liep treurend van wanhoop tussen de AH to go en de Broodzaak op zoek naar een …jawel. stationsrestauratie! Gewoon zo een ouderwetse eikenhouten of voor mijn part een strakke witte loungeruimte met stoeltjes en tafeltjes, ik hoef niet eens een ober, maar dat zou wel heel leuk zijn. Een stationsrestauratie, waar ik kan zitten en een kop koffie kan drinken. Is dat teveel gevraagd? Waarom moet ik efficiënt hangen tegen van die nare statafels met een droog broodje waar het concept vanaf druipt? Toen ik op zoek ging naar een WC kwam ik bij een zware metalen deur waar een muntstuk in moest, waarachter een ruimte met blauw licht, zodat ik mijn aderen niet kan vinden als ik een spuit wil zetten. Fijn dat er ook aan mijn gezondheid wordt gedacht door de NS. Een sprankje hoop gaf het wel: dat er blijkbaar nog ouderwetse tandeloze junks rondlopen op station Dordrecht. Echte mensen met echte problemen, die detoneren met het blauw van AH to go en het bruin van de Broodzaak, het oranje van de Kiosk, het rood van de Bruna en het paars van Etos. Ik heb mijn plas nog maar even opgehouden.

Noem mij een romanticus, zo een die een moeder had die naar zelfgebakken appeltaart rook, maar ik verlang zo naar een stad, naar plekken die er nog uitzien alsof ze wat zorg behoeven en die mij vragen ze dat te geven. Die plekken waar het leven nog aan af te zien is, waar je in kunt lezen wat er is geleden en wie er is liefgehad. Een beetje goedbedoelde verveloze muren en een oude bank, of donkerhouten tafels met een kleedje? Het mag ook een smetteloze muur zijn, het mag een witte loungebank zijn, maar mag er dan wel een vlekje op? Ik hoef niet terug naar dingen die voorbij zijn, of oud en versleten, maar ik wil wel ergens zijn waar ik mij herken. Geef mij mensen die aarzelen, die gewoon maar wat doen en het ook allemaal niet weten, die me hartverwarmend uitlachen als ik ze vertel dat ik zo druk ben met mijn idealen en initiatieven, die tijd slorpen en waar ik (nog) geen cent mee verdiend heb. Die mijn mislukkingen delen, omdat ze die zelf ook kennen en die mijn successen toejuichen en relativeren. Doe mij een netwerkborrel in een huiskamer met een bak bier en een fles goede wijn en met een WC waarvan de bril loszit. Doe mij trouwens helemaal maar geen netwerkborrel, doe mij een feestje met echte mensen, of, laat ik eens gek doen: met echte vrienden. Alsjeblieft, hef al die vreselijke concepten op en maak van onze buurt, van onze stad en van onze wereld weer gewoon het leven zoals het is.

En wees welkom in onze verveloze Noordwal 117, het oude buurthuis, waarin het hart klopt voor de buurt de stad en de wereld, “Op de Vulkaan” zal er in het najaar een festival aan wijden. Datum volgt nog.

2 reacties op “Leven als concept”

  1. Deze is echt zo prachtig. En of zij van Huis van Duif kan schrijven!

  2. Mag ik ook een wensje doen? Weer overal gewone winkelpuien, met een etalage en een deur. Niet langer winkels als energieverslindende “inloopbakken” met warme-lucht-gordijnen, die na sluitingstijden winkelstraten ook nog veranderen in rollluik-oerwouden.

Plaats een reactie

captcha

Please enter the CAPTCHA text